Orde houden zonder dwingende taal

In mijn workshops over autonome motivatie kom ik het vaak tegen: dwingende taal wordt als onmisbaar instrument gezien om de orde te handhaven. Als kinderen niet vanzelf meedoen, dan wil je toch niet de discussie aan gaan? Dat kost te veel tijd! Je wilt gewoon dat ze nu meteen doen wat nodig is.
 
Autonome motivatie is een begrip uit de determinatietheorie. Autonome motivatie betekent dat iemand iets doet vanuit eigen drijfveren. Dat kan zijn: intrinsieke motivatie (omdat iemand het gewoon leuk of interessant vindt) of geïdentificeerde motivatie (omdat iemand de persoonlijke zinvolheid inziet). Autonome motivatie heeft positieve gevolgen voor het leren.
 
Een van de manieren die een leerkracht kan gebruiken om die autonome motivatie te bevorderen is het gebruik van autonomie ondersteunende taal. Dit is niet controlerend of dwingend (‘je moet’; ‘ik verwacht’), maar uitnodigend, informerend, overleggend (‘je mag’; ‘je kunt’). In veel situaties lukt het leerkrachten wel om deze manier van communiceren toe te passen. Maar in situaties waarin ‘orde houden’ een rol speelt wordt het als lastig ervaren. Wanneer ik daarover doorvraag dan blijkt het vooral te gaan om situaties waarin de snelheid van de les in het geding komt. Betrokkenheid (en dus luisteren en meedoen) kan namelijk vergroot worden door de autonome motivatie te bevorderen, maar de snelheid waarmee men klaar gaat zitten, stil is of iets pakt wil ook bij betrokken leerlingen
 
In het zoeken naar een oplossing ben ik geïnspireerd door ‘Teach like a Champion’ (techniek 30). Daarin wordt het belang van de snelheid van overgangen besproken (je zou zo 35 extra uren per schooljaar meer kunnen hebben, waarin je je leerlingen iets kon leren). Vervolgens wordt uitgelegd hoe je dit kunt bereiken door het aanleren en oefenen van procedures.
 
Om dit op een autonomie ondersteunende manier te doen, zou je met de leerlingen het belang van de snelheid van overgangen kunnen bespreken (dan zien ze de zinvolheid in om dit te verbeteren). Vervolgens spreek je met welke handelingen veel tijd verloren gaat en hoe dat op een snelle manier zou moeten gaan (door hun mening te betrekken versterk je hun gevoel van autonomie). Vervolgens stel je voor om dit met de leerlingen te oefenen (dat vinden ze vaak leuk). Ten slotte spreek je een signaal af (kan ook een woord zijn) dat jij geeft om de leerlingen deze procedure uit te laten voeren (dan hoef je geen dwingende taal te gebruiken). Evalueer dit regelmatig en laat zien wat het oplevert.
 
Probeer het eens uit. Dan zal je zien dat het echt werkt!